Hieronder een toelichting op de onderdelen uit het schema (van “energiebron” naar “wijzerplaat”).
Energie en opwinden
- Crown (kroon)
De knop waarmee je het uurwerk opwindt en (bij sommige constructies) ook instelt/bedient. - Stem (opwindas / stift)
De as die de beweging van de kroon naar binnen doorgeeft aan het opwind- en/of stelmechanisme. - Barrel holding mainspring (trommel met hoofveer)
De “energie-opslag”. In de trommel zit de hoofveer (mainspring) die wordt opgewonden. Als de veer ontspant levert hij koppel (draaimoment) aan de tandwieltrein. - Oscillating weight that winds mainspring (oscillerend gewicht/rotor)
Een bewegend gewicht dat door beweging kan helpen opwinden (zoals bij een automaat). Bij veel klassieke stopwatches zie je dit niet; het schema laat een variant zien waarbij zo’n gewicht aanwezig is.
Overbrenging (tandwieltrein)
Doel: het koppel uit de veertrommel stap voor stap omzetten naar hogere snelheden en bruikbare aandrijving voor de echappement/indicatie.
- Second wheel (tweede wiel)
Eerste wiel na de veertrommel in de krachtlijn. Draagt energie verder de trein in. - Third wheel (derde wiel)
Volgende trap in de overbrenging. Verhoogt doorgaans de draaisnelheid en geeft door naar het vierde wiel. - Fourth wheel (vierde wiel)
Belangrijke trap richting het echappement. In veel uurwerken draait dit wiel (of een as ervan) 1× per minuut; dat hangt van de vertanding af. - Pinion (rondsel)
Het kleine tandwiel (kleine tandkrans) dat op dezelfde as zit als een groter wiel, of in een volgende trap grijpt. Een wiel + rondsel vormen samen een “gear pair” waarmee de overbrengingsverhouding ontstaat.
Regulatie (echappement + oscillator)
- Escape wheel (ankerrad / echappementwiel)
Het laatste wiel in de tandwieltrein. Dit wiel “tikt” in kleine stapjes door, omdat het steeds wordt tegengehouden en vrijgegeven door het anker. - Pallet fork (anker / palletvork)
Het hefboomvormige onderdeel met palletstenen dat het ankerrad afwisselend blokkeert en loslaat. Tegelijk geeft het kleine impulsjes door aan het balanssysteem. - Balance wheel oscillator (balanswiel + spiraal)
De “tijdgever”. Het balanswiel oscilleert heen en weer (met de spiraal/haarveer) op een bepaalde frequentie. Dit bepaalt het tempo waarmee het ankerrad stapjes mag maken, en dus hoe snel de wijzers lopen.
Weergave (wijzerplaat en wijzers)
- Dial (wijzerplaat)
De schaalverdeling waarop je afleest (seconden/minuten/uren, afhankelijk van het instrument). - Hands (wijzers)
De wijzers die de gemeten tijd tonen. In een stopwatch zijn dat vaak een centrale secondewijzer en (sub)dials voor minuten/uren. - Minute wheel (minutenwiel)
Onderdeel van het “werk” dat de minuutindicatie aandrijft (bijv. een minutenteller of de minutenwijzer). - Hour wheel (urenwiel)
Voor de urenindicatie (bijv. een urenteller). In een stopwatch kan dit een (sub)register zijn.
In één zin: de krachtroute
Hoofveer (trommel) → tweede/derde/vierde wiel (via rondsels) → ankerrad → anker → balans (regelt) → gecontroleerde beweging naar de wijzers via minuten-/urenwielen.
Reactie plaatsen
Reacties