Een reiswekker uit Duitsland: voor velen is het gewoon dat kleine klokje dat ooit in de koffer van je ouders zat. Maar achter die inklapbare kastjes met tikkende hartslag schuilt een complete stukje Duitse industriële geschiedenis – met namen als Kienzle, Junghans, Europa, Mauthe, Blessing en Ruhla in de hoofdrol.
In deze blog neem ik je mee door de ontwikkeling van de Duitse reiswekker: van vroege reisuurwerken tot de kleurrijke vouwwekkers van de jaren ’60 en de stille verdringing door quartz en smartphones.
Van officierenklok naar reiswekker (eind 19e eeuw – jaren 20)
Het verhaal begint niet direct met de typische inklapbare reiswekker, maar met kleine tafel- en officierenklokken.
In de late 19e eeuw hadden Duitse fabrikanten de productie van veer-aangedreven wekkerklokken al grotendeels geperfectioneerd. In de Schwarzwald-regio groeiden bedrijven als Junghans (1861, Schramberg) en later Kienzle (1883, Schwenningen) uit tot echte industriële giganten. Zij maakten alles: wandklokken, tafelklokken, wekkerklokken – en steeds vaker ook compacte modellen die je kon meenemen op reis.
De eerste “reiswekkers” waren vaak:
-
kleine officieren- of reisklokken in een leren hoes;
-
compacte wekkerklokken met een apart passend etui.
Ze waren nog geen eigen productcategorie, maar het idee was er wel: een robuuste, beschermde klok die in een koffer of tas kon overleven, én je op tijd wakker maakte voor de trein.
Tussen de oorlogen: de inklapbare reiswekker wordt vorm (1920–1939)
In de jaren ’20 en ’30 kristalliseert de reiswekker zoals wij ’m nu herkennen:
-
een inklapbare kast (meestal met leer of kunstleer bekleed),
-
een vierkante of ronde wijzerplaat die schuin omhoog staat als je hem opent,
-
en een deksel dat dichtklapt om glas en wijzerplaat te beschermen.
Kienzle speelt in deze periode een belangrijke rol. Er duiken tal van reiswekkers op met Kienzle-logo en Duitse patentnummers (DRP), wat laat zien dat het bedrijf actief nieuwe vouwconstructies en kasten ontwikkelde. De uurwerken zijn afgeleid van hun gewone wekkerkalibers: degelijk, eenvoudig te onderhouden en gebouwd voor dagelijks gebruik.
Ook Junghans heeft in zijn interbelcatalogi al een breed aanbod van kleine wekker- en tafelklokken die zich uitstekend lenen als reiswekker, al wordt het niet altijd expliciet zo genoemd. Denk aan compacte klokjes met metalen kast, soms met bijpassend reisetui.
Stilistisch zie je in deze periode veel Art Deco-invloeden: geometrische cijfers, strakke lijnen, chroom en gelakte oppervlakken. De reiswekker is niet alleen praktisch, maar ook een modieus accessoire voor de moderne reiziger.
Economisch wonder, toerisme en de gouden tijd van de reiswekker (1950–1970)
Na de Tweede Wereldoorlog barst in West-Duitsland het Wirtschaftswunder los. Auto’s, vakanties en zakenreizen worden steeds gewoner. En wat neem je dan mee? Juist: een compacte wekker die je overal naast het hotelbed kunt zetten.
Dit is de echte gouden periode van de mechanische reiswekker.
Kienzle: degelijke middenklasser
Kienzle blijft in de jaren ’50 en ’60 een van de grootste klokkenproducenten van West-Duitsland. Hun reiswekkers uit deze tijd herken je aan:
-
vierkante of rechthoekige wijzerplaten;
-
inklapbare kast met leer of kunstleer;
-
goudkleurige of messing randen;
-
luminescerende wijzers en cijfers (in de vroege jaren vaak radium, later veiliger lichtgevend materiaal).
Het zijn typische “middenklasse” producten: degelijk, betrouwbaar, niet overdreven luxe, maar precies goed voor de doorsnee reiziger of zakenman. Ze worden wereldwijd geëxporteerd.
Junghans: strak, modern en designgevoelig
Junghans bouwt zijn reputatie verder uit als kwaliteitsmerk. Binnen het enorme aanbod van wekker- en tafelklokken vormen reiswekkers een herkenbare sublijn:
-
elegante, vaak wat strakker vormgegeven wijzerplaten;
-
kastafwerking variërend van klassiek leer tot meer moderne kleuren in de jaren ’60;
-
zowel 30-uurs als 8-daagse uurwerken.
Junghans loopt qua vormgeving regelmatig voorop: de klokjes sluiten mooi aan bij het mid-century modern interieur van de tijd – recht, helder, functioneel.
Europa: de specialist die overal opdook
Als er één naam is die voor veel verzamelaars synoniem is geworden met de vouwbare reiswekker, dan is het Europa.
“Europa” wordt vanaf de jaren ’50 als merk gebruikt door Uhrenfabrik Senden en in sommige gevallen door andere producenten (zoals A. Jerger of zelfs Ruhla voor export). Het resultaat: een enorme hoeveelheid Europa-reiswekkers in omloop, vaak met:
-
kleine vierkante wijzerplaten,
-
vrolijke kasten in kunstleer of (later) vinyl in allerlei kleuren,
-
eenvoudige maar betrouwbare mechanische uurwerken met 1–7 robijnen,
-
op de wijzerplaat “Germany” of “West Germany”.
Europa richt zich heel duidelijk op de reis- en cadeaumarkt: dit zijn de klokjes die je bij de juwelier, in warenhuizen en souvenirshops zag liggen. In veel gezinnen was er wel ergens een Europa in een lade of nachtkastje te vinden.
De rest van het Duitse landschap: Mauthe, Blessing, Ruhla, UTI en co.
Rond de grote namen bestond een levendig ecosysteem van andere fabrikanten die ook reiswekkers bouwden.
-
Mauthe (Schwarzwald) produceerde in de jaren ’50–’60 mooie leren vouwwekkers, vaak iets traditioneler vormgegeven.
-
Blessing maakte een breed scala aan wekkerklokken, waaronder reiswekkers met 7-steens uurwerken en soms opvallende, speelse wijzerplaten.
-
UTI en andere merkjes gebruikten vaak vergelijkbare kasten en uurwerken als de Europa-klokjes, maar dan met een ander logo – handig voor export en promotie-artikelen.
Aan de andere kant van het IJzeren Gordijn zat VEB Uhrenwerke Ruhla (UMF) in de DDR. Ruhla produceerde enorme aantallen eenvoudige, robuuste uurwerken en klokken, waaronder auch inklapbare reiswekkers:
-
eenvoudige pin-lever uurwerken;
-
metalen of plastic kasten;
-
soms onder eigen naam “Ruhla”, soms onder export- of fantasienamen (waarbij ook de naam Europa af en toe opduikt).
In de latere jaren ontwikkelde UMF zelfs speciale kalibers voor kleine reiswekkers met elektromechanische bel, een soort hybride tussen mechanische tijdweergave en elektrische alarmfunctie.
Quartz en telefoon: de langzame ondergang van de mechanische reiswekker (1970–1990)
Vanaf eind jaren ’60, begin jaren ’70, dient de volgende revolutie zich aan: elektronica.
Eerst verschijnen elektro-mechanische reiswekkers – mechanische uurwerken met een elektrische zoemer, of vroege transistorbewegingen. Niet veel later komt de volledige quartz-reiswekker:
-
kleiner, lichter;
-
veel nauwkeuriger;
-
geen dagelijks of wekelijks opwinden meer nodig;
-
goedkoop te produceren, zeker in Azië.
Voor de Duitse makers is dit een keerpunt. De prijsdruk van Aziatische quartz-klokken maakt het moeilijk om met klassieke mechanische reiswekkers te concurreren. Veel traditionele fabrikanten stappen deels over op quartz, trekken zich terug uit het goedkopere segment of verdwijnen uiteindelijk helemaal uit de massamarkt.
Tegen de jaren ’80 en ’90 is de klassieke, leren vouwbare mechanische reiswekker grotendeels verdrongen uit hotelkamers en koffers. Eerst door plastic quartz-klokjes, daarna door iets wat niemand in de jaren ’50 kon voorzien: de mobiele telefoon als wekker.
Waarom deze Duitse reiswekkers nu zo interessant zijn
Voor verzamelaars en liefhebbers zijn Duitse reiswekkers vandaag fascinerende objecten:
-
Ze vertellen het verhaal van de industriegeschiedenis van de Schwarzwald-regio en de DDR.
-
Ze laten prachtig zien hoe vormgeving meebewoog: van Art Deco en mid-century modern tot de kleurrijke jaren ’60.
-
Ze waren ooit pure gebruiksvoorwerpen, maar zijn nu tijdscapsules van reizen, hotelkamers en nachtkastjes uit een andere tijd.
Of je nu een vroege Kienzle met DRP-patent zoekt, een stijlvolle Junghans uit de jaren ’50, een felgekleurde Europa uit de jaren ’60 of een robuuste Ruhla uit de DDR: ieder klokje heeft zijn eigen verhaal.
Als je wilt, kan ik in een volgende blogpost ingaan op verzameltips: welke modellen zijn interessant, waar je op moet letten bij aankoop (technisch en cosmetisch), en wat ongeveer realistische prijsranges zijn voor de verschillende merken en uitvoeringen.
Zwitserse reiswekkers
Een Zwitserse reiswekker is een grappige hybride: half miniatuur-chronometer, half hotelkamermaatje, half designobject. Zwitserland was niet de enige die reiswekkers maakte, maar het claimde wél de bovenkant van de markt. Merken als Looping, Amyral, Imhof en Swiza bouwden alles van eenvoudige inklapwekkers tot vergulde “desk jewels” met kalender, wereldtijd en maanstand.
In deze blog lopen we de geschiedenis van de Zwitserse reisklok langs – van karrenklok tot luxe diplomatenwekker.
1. Voorouders: karrenklok en bureauklok (eind 19e eeuw – jaren 20)
Lang voordat iemand “travel alarm” op een doosje zette, bestonden er al draagbare klokken:
-
Karrenklokken: compacte messing klokjes met handvat, bedoeld om een rit per koets of trein te overleven.
-
Miniatuur-bureauklokken in etuis: kleine één- of acht-daagse klokken in leren hoesjes rond 1900–1910.
Zwitserse makers bouwden in deze periode vooral kleine, fijne uurwerken voor de export; soms als maritieme of officierenklok, soms als “pendulette de voyage”. Het principe is steeds hetzelfde: een betrouwbare veer-aangedreven klok, beschermd in een stevige kast of etui, die zonder morren mee kan in bagage.
In de jaren ’20 liggen de bouwstenen van de moderne Zwitserse reiswekker klaar: compacte rechthoekige of ronde kast, klein maar krachtig uurwerk, soms al met wekfunctie en een inklapbaar standaardje of beschermhoes.
2. Tussenoorlogse glamour: Imhof en de luxe reisklok (1920–1940)
Imhof: pendulette d’art
In 1924 wordt in La Chaux-de-Fonds Arthur Imhof S.A. opgericht. Imhof specialiseert zich in kleine decoratieve klokken en luxe wekkers – “pendulettes et réveils d’art” – met mooi afgewerkte wijzerplaten, vergulde kasten en vaak emaillen of stenen inlays.
Imhof-klokken uit deze tijd zijn:
-
kleine vergulde bureauklokjes die ook mee op reis konden;
-
compacte wekkerklokken in beschermende hoezen;
-
later zelfs wereldtijd- en multifunctionele reisklokken.
Dit is geen massawekker voor in een goedkope pensionkamer, maar een salonwaardig object dat toevallig ook in je koffer past. Ideaal voor diplomaten, zakenmensen en de betere hotelkamers.
Hoge horlogerie in de reiskoffer
Parallel daaraan ontdekken grote huizen de reisklok als “miniatuur statusobject”:
-
Jaeger-LeCoultre maakt 8-daagse inklapwekkers in metalen of leren etuis, vaak samen gesigneerd met juweliers (Cartier, Hermès…).
-
Angelus ontwikkelt 8-daagse reisklokken met kalender, wereldtijd en zelfs maanstand – echte technische speeltuinen.
-
Omega en Zenith leveren 8-daagse bureau- en reisklokken voor schepen, kantoren en reizigers.
De Zwitserse reisklok heeft dan al twee gezichten:
een praktische wekker én een statement piece.
3. Naoorlogse bloeitijd: Looping, Amyral, Swiza & co. (1945–1970)
Na de Tweede Wereldoorlog explodeert het internationale reizen: vliegtuigen, trans-Atlantische zakenreizen, massatoerisme. Perfect klimaat voor een compacte, stijlvolle reiswekker.
Looping – specialist in kleine alarmklokken
Looping (Corcelles, bij Neuchâtel) groeit uit tot specialist in kleine mechanische wekkers en reisklokken:
-
ronde en vierkante wekkers,
-
vaak in een half-koepelvormige leren of kunstleren kast,
-
7- of 15-steens uurwerken, soms 8-daags,
-
duidelijk bedoeld als combinatie van bureauklok én reiswekker.
Looping-wekkers zijn technisch degelijk en herkenbaar aan hun nette afwerking en typische kasten: opengeklapt een elegant bureauklokje, dichtgeklapt een redelijk robuuste reismetgezel.
Amyral – de reiswekker met Looping-hart
De naam Amyral zie je vrijwel altijd op Zwitserse reiswekkerklokjes met ergens “Fab. Looping” erbij. In de praktijk betekent dit:
-
rechthoekige inklapwekkers,
-
7-steens uurwerken,
-
leren of kunstleren etuis in rood, blauw, groen, etc.,
-
duidelijke jaren ’50–’60 styling.
Alles wijst erop dat Amyral een submerk of lijn van Looping was, bedoeld voor bepaalde exportmarkten of retailers. Functioneel zijn het klassieke Zwitserse reiswekkers: compact, netjes afgewerkt, luide bel en genoeg charme om op een hotelnachttafel te mogen staan.
Swiza – industriële motor van tafel- en reisklokken
Swiza wordt in 1904 opgericht en groeit uit tot één van de grootste producenten van Zwitserse tafel- en wekkersklokken:
-
8-daagse bureau- en reisklokken in messing kast, vaak met 7-steens uurwerk;
-
inklapwekkers met felle of juist chique bekleding;
-
én heel veel productie voor andere merken (private label).
Een typische Swiza-reiswekker uit de jaren ’60:
-
vierkant klokje,
-
nette, strak vormgegeven wijzerplaat,
-
inklapbaar etui (bijvoorbeeld felrood of donkergroen),
-
degelijk, Zwitsers mechanisch binnenwerk.
Waar Duitse reiswekkers vaak duidelijk gebruiksgoed zijn, positioneert Swiza zich net een stapje hoger: meer afwerking, meer gevoel van “cadeauartikel”.
Imhof na de oorlog – luxe op het nachtkastje
In de naoorlogse decennia schuift Imhof nog verder richting luxe:
-
vergulde 8-daagse wekkers die zowel als bureauklok als “travel companion” worden gepresenteerd;
-
combinaties van uurwerk met barometer, thermometer, hygrometer of wereldtijd;
-
rijke materialen: massief messing, glas, steen, email.
Dit zijn de klokjes die je eerder aantreft in een directiekantoor of op de kamer van een ambassadeur dan in een standaard pension – maar ze zijn wel degelijk als reisobject bedoeld: compact, robuust genoeg, en ontworpen om op telkens weer een nieuw bureau te belanden.
4. Andere Zwitserse namen in de reisklok-wereld
Naast Looping, Amyral, Swiza en Imhof duiken allerlei andere Zwitserse namen op:
-
Angelus – specialist in 8-daagse reisklokken met complicaties (kalender, wereldtijd, maanstand).
-
Jaeger-LeCoultre – uiterst verfijnde 8-daagse reiswekkers, vaak in samenwerking met luxe retailers.
-
Omega, Zenith en anderen – 8-daagse bureau- en reisklokken, soms geleverd aan maritieme of militaire klanten of als corporate gifts.
Zij richten zich vooral op het hogere segment: minder volume, meer prestige.
5. Quartzrevolutie en overlevenden (1970–heden)
In de jaren ’70 verandert alles: de quartzrevolutie slaat toe.
-
Goedkope quartzreiswekkers uit Azië overspoelen de markt.
-
Mechanische reiswekkers zijn ineens “te duur, te ingewikkeld en te veel gedoe” voor de gemiddelde reiziger.
-
Veel kleine Zwitserse klokproducenten verdwijnen of krimpen drastisch.
Swiza weet slim te schakelen door eigen Zwitserse quartz-uurwerken te ontwikkelen en zich te richten op bedrijfsrelaties en relatiegeschenken. Zo overleeft het merk de storm beter dan veel pure mechanische spelers.
Looping en aanverwante merken verdwijnen uiteindelijk als grote producenten, maar hun klokken blijven rondzwerven op rommelmarkten, veilingen en in laden en kasten.
6. Waarom Zwitserse reiswekkers nu zo leuk zijn
Vandaag de dag zitten Zwitserse reiswekkers in een interessant gat tussen massa en high-end:
-
verfijnder en mooier afgewerkt dan de gemiddelde Duitse massa-reiswekker;
-
technisch aantrekkelijk: vaak 7-steens of 8-daagse uurwerken;
-
maar nog lang niet zo duur als zeldzame Jaeger-LeCoultre- of Cartier-reisklokken.
Een Looping of Amyral in een mooi rood etui, een strakke Swiza uit de jaren ’60 of een vergulde Imhof op je bureau vertelt in één klap waar Zwitserland groot in is: precisie, design en een stiekem gevoel van luxe – zelfs als het “maar” een wekker is.
Als je wilt, kan ik ook hier weer een aparte blogpost maken met verzameltips voor Zwitserse reiswekkers: welke modellen interessant zijn, worauf du achten moet (technisch en cosmetisch) en wat ongeveer realistische prijsranges zijn per merk en periode.